Hoewel ik van huis uit streng atheïstisch ben opgevoed hebben mijn ouders mij wel degelijk een aantal universele normen en waarden meegegeven. “Gij zult niet stelen” werd vrij vertaald met: ‘Je blijft met je fikken van andermans spullen af!’ Mijn broertje en ik moesten onze ouders met “u” aanspreken en als ik op het trapportaal vergeten was de buurvrouw te groeten kreeg ik van mijn moeder een opvoedkundige draai om de oren. (Gelukkig deed zij en niet mijn vader dit gedeelte van de opvoeding want hij had een goede rechtse in huis.) Dit klinkt allemaal misschien wat rigide maar ik haast mij te zeggen dat ik geen traumatische jeugd heb gehad met worstelingen over geloof, autoriteit, afkomst of seks. Je weet wel, de thema’s waar zo’n beetje de helft van de Nederlandse schrijvers in grossiert en die in kloeke delen worden uitgemolken. Op onderstaande jeugdfoto zie ik eruit als een schijnheilig koorknaapje (knielend op een bed violen in de schooltuin) maar inderdaad, schijn bedriegt. Geboren...
Observaties uit de Grachtengordel, kort-door-de-bocht Oplossingen voor Hedendaagse Problemen en andere Triviale Zaken. (Check onderaan elke pagina "more posts" voor eerder artikelen)