Maandagochtend 23 februari kreeg ik een telefoontje van mijn goede vriend M. ‘Mulder!’ riep hij opgewonden, ‘je kan weer uit je mancave tevoorschijn komen, de Olympische Winterspelen zijn voorbij!’ Het is in mijn vriendenkring bekend dat ik niet echt een sportliefhebber ben. Mijn geliefde gebruikt zelfs de term “sporthater” maar dat gaat wellicht iets te ver. Ik vind mijzelf best sportief. Op mijn trouwe toerfiets leg ik regelmatig epische afstanden af. Overigens alleen bij mooi weer en met gunstige wind. Nee, mijn psychische aandoening (ik zeg het maar zoals het is) betreft het kijken naar sport. Iets wat miljoenen mensen doen. Hetzij voor de televisie, hetzij in overvolle stadions. Brood en spelen, zo oud als de weg van Marathon naar Athene. Omdat ik toch al in therapie was voor wat andere issues (zoals bepoteld worden in weeshuizen, het onverwerkte trauma van de diefstal van mijn favoriete Dinky Toy door Evert G., de bully van de lagere school, alsmede de vernederende afwijzing ...
Observaties uit de Grachtengordel, kort-door-de-bocht Oplossingen voor Hedendaagse Problemen en andere Triviale Zaken. (Check onderaan elke pagina "more posts" voor eerder artikelen)