Skip to main content

GOODBYE AMERICA

In 1991 reed ik met mijn vriend Stephan Berkhemer, beeldend kunstenaar uit Finsterwolde, in een gehuurde Ford Mustang door het imposante landschap van Californië. Ik was al vaker in de VS geweest en fungeerde nu als gids. Met in mijn achterhoofd passages uit On The Road van Jack Kerouac, het ultieme handboek van een rusteloze generatie (“Nothing behind me, everything ahead of me.”) en op de radio mijn favoriete station KROQ 106.7 FM, zoefden wij richting horizon. De rol van gids speelde ik met verve want ik was toen nog een onvoorwaardelijke fan van alles wat met Amerika te maken had.

Uit deze inleiding (en titel) kan je de conclusie trekken dat dit een afscheid is. Ik zal trachten zonder al te veel pathos en vals sentiment mijn Chevy to the levy te rijden en daar wat te mijmeren over mijn oude liefde. Eind jaren zeventig was ik voor het eerst in de VS met mijn toenmalige verkering, danseres Zillah Emanuels. We vielen met onze neus in de boter. De dag na aankomst waren we in Brooklyn te gast in het appartement van fotograaf Ben van Meerendonk. Op zijn dakterras, met uitzicht op de iconische skyline van Manhattan, bewonderden wij het vuurwerk ter gelegenheid van the 4th of July. Een symbolisch en spetterend begin van mijn verhouding met America. Bij de (inmiddels gesneefde) luchtvaartmaatschappij Continental Airlines hadden we een air pass gekocht. Een soort Interrail-kaart maar dan voor het vliegtuig. Gedurende een maand konden we onbeperkt kriskras rondvliegen. We bezochten, na uitvoerig New York gezien te hebben, onder andere LA, San Francisco, New Orleans en Las Vegas. Mijn eerste kennismaking met Amerika voelde vreemd genoeg heel vertrouwd. Al van jongs af aan kreeg onze generatie alles wat met de VS te maken had met de paplepel ingegoten: muziek, films, tv-series, strips, het idioom en (wat mij betreft) de auto’s. Er reden in die tijd nog steeds enorme benzine slurpende achtcilinders rond. Ik mocht af en toe van Zillah een kwartiertje rondhangen op een willekeurig kruispunt (bijvoorbeeld Sunset Boulevard & Vine Street) om naar het verkeer te kijken. Je reinste car porn

Later, in de tijd dat geld nog geen rol speelde in Hilversum, was ik als cameraman vaak in de VS. Ik heb daar al eerder over geschreven en zal jullie een opschepperig overzicht besparen. Ook de talloze foto’s van mijn Amerikaanse wagenpark in Nederland laat ik achterwege. (Nou, vooruit, ééntje dan.) 

Het bijna kinderachtig naspelen van de American lifestyle beleefde regelmatig een hoogtepunt als ik in mijn Chevrolet Caprice, Cadillac Fleetwood of Jeep Wagoneer door de Flevopolder naar mijn tiny house in Oost-Groningen reed. Onderweg draaide ik altijd een cassettebandje met daarop een radioshow (compleet met commercials en news) die ik destijds in Los Angeles had opgenomen. Even waande ik mij dan weer op Highway 8. Bij het onderweg tanken (die monsters reden 1 op 5) werd ik dan wel weer met mijn cowboylaarzen op de Nederlandse klei gezet als er gevraagd werd:
“Zooo, die bak lust zeker wel wat! Rij je niet op gas?”
“Nee,” was dan standaard mijn antwoord, “op gas moet je koken, een echte vent rijdt op benzine!”
Mijn verafgoding voor alles Amerikaans nam groteske vormen aan. Tijdens mijn klussen daar propte ik onderweg in de flightcases met apparatuur enorme hoeveelheden Crest tandpasta, Visine oogdruppels en No Doz caffeïne pilletjes. Die ik dan thuis nonchalant uitstalde in mijn badkamer opdat elke bezoeker duidelijk kon zien wat een ervaren globetrotter ik was. De adoratie werd nog verder aangewakkerd door mijn vriendschap met Adam Curry, de populaire presentator van het tv-programma Countdown. Ik kende hem al als deejay bij het Amsterdamse piratenstation Decibel Radio. Vanwege zijn Amerikaanse roots, een voor die tijd bijna verplichte enorme hairdo en zijn uiterst professionele presentatie verhuisde hij in 1987 naar New York om daar bij MTV te gaan werken.


Met mijn vaste geluidsman Leszek gingen we in 1989 na afloop van opnames voor de New York Marathon bij hem langs. La Paay was toen nog in beeld en we konden, heel gastvrij, logeren in hun appartement vlak bij Central Park. Curry reed zelf rond in een Rolls Royce. Want in de VS werkt het juist andersom: als je het daar gemaakt hebt verplaats je je niet in een Cadillac maar in een Porsche, Ferrari, Bentley of Rolls. Het rondrijden in deze auto’s communiceert: “Ik heb weliswaar geld, maar ook smaak.” (Daarom is het goed dat wij in Europa nu eindelijk wakker aan het worden zijn. Onze slogan zou moeten zijn: MEGA, Make Europe Great Again.)

Ooit was ik dus een slaafse discipel van The American Dream. Een droom die helaas (ik kan dit cliché niet laten liggen) langzaam maar zeker aan het transformeren is in een nachtmerrie. Een hallucinant tableau met scènes die doen denken aan een schilderij van Jeroen Bosch. 


Een slechte B-film waarin gemaskerde mannen op klaarlichte dag willekeurige burgers executeren. Waarin the bad guy een patjepeeër is die geen strobreed in de weg wordt gelegd. Ik lig er ’s nachts van te woelen. En zoek dan einde middag troost in vage barretjes. (Waaronder een verborgen pareltje waarvan ik de naam niet noem want voor je het weet staat er een TikTok-rij voor de deur. Maar ik neem je er graag een keer geblinddoekt mee naar toe…)

Mijn geliefde maakt veelvuldig opmerkingen over mijn cafébezoek, maar ik verschuil mij achter het argument dat het “studiemateriaal” is. Het merendeel van de cursiefjes van de onvolprezen Simon Carmiggelt speelt zich tenslotte af aan de toog. Onder de bezoekers van onze mooie bruine kroegen zijn ook veel buitenlandse toeristen. Ik klaag daar nooit over. Uiteindelijk loop ik zelf ook vrolijk naar binnen in willekeurige etablissementen in Rome of Napels en vind het dan prettig als ik gastvrij word behandeld. De laatste maanden raak ik regelmatig in gesprek met Amerikanen. Het valt mij dan op dat zij zich relatief snel beginnen te verontschuldigen voor The Orange Monster in the White House. Dat geeft een sprankje hoop maar de somberte over de toestand in de wereld blijft mij toch, als een kiezelsteentje in mijn schoen, hinderen. Vorige week nam ik plaats aan de bar van een grand café waar ik lang niet was geweest. Ik wist meteen weer waarom. Het was zo’n tent met veel grote spiegels. Ooit hip maar nu voornamelijk confronterend. Ik keek recht in de ogen van een man met een licht bezorgde gelaatsuitdrukking waarvan ik dacht: “Hij komt mij vaag bekend voor maar moet nodig naar de kapper.” Ik wendde dus mijn blik af en begon een gesprek met iemand naast mij. Al vrij snel ging de conversatie alle kanten op, maar toen hij de naam Trump liet vallen voelde ik mij vrij (hij was tenslotte begonnen) om leeg te lopen. Ik trakteerde mijn buurman op een warrig doemscenario over de ondergang van de Westerse Wereld: Trump op de trappen van de Senaat met drieëntwintig messteken vermoord door het griezelige triumviraat Vance, Rubio & Hegseth, gevolgd door een staatsgreep op de Democratie, gevolgd door het openen van het koffertje met de nucleaire codes etc. etc. 

Gelukkig voor mijn slachtoffer kwam er blijkbaar een bekende binnen want hij verontschuldigde zich en liet mij weer achter met de man die nodig naar de kapper moest. Ik hief mijn glas middelmatige wijn naar hem en prevelde zachtjes:
“Cheers, l’chaim! Op een Oude Liefde die voorgoed voorbij is. Op een onbezonnen tijdperk. Op vergezichten, diners, highways & 200 motels. Op mijn helaas te vroeg achter de horizon verdwenen reisgenoten Zillah en Stephan.”
En op Jack die het toen al, in 1957, zo prachtig verwoordde:

Whither goest thou, America
In thy shiny car in the night?


© 2026 Martin Mulder
Met dank aan Emilia van Heuven













 

 


Comments

  1. Ach, Martin, melancholie, tijd is aangebroken om stilletjes voor het raam te gaan zitten...

    ReplyDelete

Post a Comment

Popular posts from this blog

EIN ANGENEHMER NACHMITTAG

Ruim een half jaar geleden kregen mijn geliefde en ik een berichtje van onze goede vriend Paul. Of wij zin hadden hem en zijn knappe vriend Frank, Zahnarzt aus Hamburg, te vergezellen naar een uitvoering van een Wagner-opera in het befaamde Festspielhaus in Bayreuth? We keken elkaar even kort aan en riepen in koor: “NU!” Onze code voor Niets Uitstellen! We gebruiken dit mantra de laatste tijd steeds vaker. Het heeft alles te maken met het feit dat we inmiddels met steeds grotere regelmaat afscheid moeten nemen van dierbare vrienden. Er zijn talloze benamingen voor de Dood: Magere Hein, De Man met de Zeis of, in het Engels, het heerlijk onheilspellende The Grim Reaper. Zelf gebruik ik de door Harry Vermeegen bedachte, iets luchtigere maar zeer beeldende titel De Ober met het Laatste Bonnetje . Het is die schimmige figuur in een morsig, donker en versleten colbertje met scheef hangende, zwarte stropdas die vroeg of laat, juist als je het niet verwacht, plotseling op je schouder tikt. -We...

Een slepende affaire

Vorig jaar kreeg ik een interessant verzoek. Of ik als ghostwriter het levensverhaal wilde optekenen van mijn goede vriend Bert Evers. Verhalen in de categorie van krantenjongen tot miljonair zijn er in overvloed, maar het traject dat Bert aflegde is tamelijk opmerkelijk. Begin jaren negentig leerde ik hem kennen tijdens mijn eerste klus op Curaçao. Het betrof een speciale Antilliaanse editie van het praatprogramma van Tineke de Nooij. Het klikte meteen tussen Bert, mij en het eiland. Ik zou daarna nog een aantal keren terugkeren voor diverse andere opnames. De vriendschap werd hechter en uiteindelijk zou ik zelf, op de hielen gezeten door de Inspecteur én diverse dames, bijna drie jaar op het eiland bivakkeren. De carrière van Bert Evers zag er aanvankelijk niet rooskleurig uit. Hij werd begin jaren vijftig geboren in de Mercatorbuurt in Amsterdam-West, als zoon en kleinzoon van hardwerkende café-uitbaters.  Het Mercatorplein in Amsterdam Oud-West Behept met een lichte stotter en ...

CURAÇAO

In 1992 nam ik de rigoreuze beslissing te verhuizen naar Cura ç ao. Ik was bijna veertig maar de eerste vage contouren van een midlife-crisis dienden zich reeds aan. Mijn werk als freelance-cameraman was in full swing, aan spannende klussen geen gebrek, maar er knaagde iets. Hoe nu verder, is that all there is ?  Twee niet onbelangrijke factoren speelden mede een rol: Ten eerste vielen er steeds meer blauwe enveloppen op de deurmat. Ik was destijds een typische creative, veel te druk met groots en meeslepend leven. Op tijd belasting betalen had niet mijn hoogste prioriteit. Live know, pay later was het na ïe ve motto van mij en vele van mijn collega’s. Naast deze fiscale struisvogel-politiek (waar ik later natuurlijk zwaar voor moest boeten en bloeden) speelde er ook een ander, meer persoonlijk dilemma. Mijn toenmalige vriendin maakte mij na twee jaar verkering op allerlei manieren duidelijk dat haar biologische klokje steeds harder begon te tikken. Een geluid da...