Skip to main content

Posts

De GLNK

Een van de grootste nog levende Nederlandse kunstenaars is de uomo universalis Jeroen Krabbé. Niet alleen een award winning acteur, maar tevens schilder en, niet in de laatste plaats, begenadigd presentator. Van de Publieke Omroep krijgt hij dan ook ruim baan én budget om ons, gewone stervelingen, deelgenoot te maken van zijn epische zoektochten naar kunstenaars als Van Gogh, Chagall, Picasso en Gauguin. De Publieke Omroep ligt continu onder vuur: wel of geen amusement? Wel of geen voetbal? Is een salaris van ruim vijf ton voor iemand die heel snel de autocue kan lezen gerechtvaardigd? Moeten oude witte mannen die een quizje presenteren kaltgestellt worden of is hun levenslange ervaring juist reden om ze zo lang mogelijk hun kunstje te laten doen? Allemaal ingewikkelde vragen. Net zo ingewikkeld als ons Nederlandse Publieke Omroepbestel. (Wel eens geprobeerd dit raadselachtige organisme uit te leggen aan een buitenlander? Sterkte!) Maar dat kunst & cultuur primair tot het take...

Een slepende affaire

Vorig jaar kreeg ik een interessant verzoek. Of ik als ghostwriter het levensverhaal wilde optekenen van mijn goede vriend Bert Evers. Verhalen in de categorie van krantenjongen tot miljonair zijn er in overvloed, maar het traject dat Bert aflegde is tamelijk opmerkelijk. Begin jaren negentig leerde ik hem kennen tijdens mijn eerste klus op Curaçao. Het betrof een speciale Antilliaanse editie van het praatprogramma van Tineke de Nooij. Het klikte meteen tussen Bert, mij en het eiland. Ik zou daarna nog een aantal keren terugkeren voor diverse andere opnames. De vriendschap werd hechter en uiteindelijk zou ik zelf, op de hielen gezeten door de Inspecteur én diverse dames, bijna drie jaar op het eiland bivakkeren. De carrière van Bert Evers zag er aanvankelijk niet rooskleurig uit. Hij werd begin jaren vijftig geboren in de Mercatorbuurt in Amsterdam-West, als zoon en kleinzoon van hardwerkende café-uitbaters.  Het Mercatorplein in Amsterdam Oud-West Behept met een lichte stotter en ...

Opium voor het volk

Nostalgie is een fascinerende drug. Het gebruik veroorzaakt, mits gedoseerd toegediend, nauwelijks schade en werkt aangenaam bedwelmend. Maar het verslavingsmonstertje loert voortdurend om de hoek. Het is dus zaak het bezoek aan de Opiumkit van de Heimwee te beperken tot een paar keer per... Tja daar gaan we al, wat is verantwoord? Wanneer kom je in de gevarenzone?  Zelf heb ik, begin jaren zeventig, één keer aan een opiumpijp gelurkt. Als archetypische Amsterdamse Hippie was ik al vertrouwd met het hele scala aan hash-soorten. De connaisseur in mij haalde zijn neus op voor de standaard Rode Libanon ('Dat is voor Duitse toeristen') en rookte bij voorkeur jointjes met Schimmel-Afghaan. Deze pikdonkere brokkelige substantie met inderdaad sporen van schimmeldraden werd toen beschouwd als de zwarte truffel van het hashmenu. Moeilijk verkrijgbaar en daardoor zeer exclusief.  Gelukkig was ik bevriend met een van de huisdealers van Paradiso die, zoals dat nu eenmaal gaat, het beste s...

Steeplechase

Mijn goede vriend H. is in het bezit van een klassiek wagenpark. Naast een zilverkleurige Jaguar XK8 Cabrio voor dagelijks gebruik staan er ergens nog twee fraaie automobielen gestald. Zoals een Scimitar GTE, een obscuur Engels merk dat ernstig te lijden heeft onder het imago van moederfabriek Reliant. (Zie de twee onderstaande foto's en je begrijpt waarom.)  De Scimitar De Reliant Om het goed te maken is daar gelukkig ook nog de Jensen Interceptor, een legendarische symbiose tussen stijlvol Brits design en Amerikaans achtcilindergeweld. H. vertelde mij laatst dat zijn rijbewijs vernieuwd moest worden. En dat hij licht opzag tegen de mogelijke obstakels die hij bij dit traject zou tegenkomen. Voor iemand van tachtigplus is H. zeer vitaal, ondernemend en goed bij de les. Maar ook hij verdwaalt, net als velen van zijn generatie, van tijd tot tijd in het duistere digitale oerwoud van de overheid. Regelmatig moet ik hem met mijn machete bevrijden uit een Gordiaanse elektronische knoop ...