Een tijdje geleden las ik een krantenbericht waarin PostNL beweert dat er in plaatsen van meer dan vijfduizend inwoners binnen één kilometer een brievenbus moet zijn. Of dit in onze digitale samenleving nog het geval is waag ik te betwijfelen. Wat ik wel zeker weet is dat er binnen een straal van een kilometer vanaf mijn voordeur maar liefst drie (!) filialen zijn van de Gall & Gall. Allemaal dus ruimschoots binnen loop- fiets- of struikelafstand.
‘Gaat het nu alwéér over drank?’ verzucht mijn geliefde als ze in het voorbijgaan steels de titel van deze column heeft gespiekt.
‘Ja schat, zoals je weet schreef Simon Carmiggelt ook talloze cursiefjes over zijn belevenissen in de kroeg en over de slaafse onderdanen van Koning Alcohol. Waartoe hij zelf ook behoorde.’
‘Bijna niemand weet meer wie Carmiggelt was.’
Point taken maar ik blijf onverstoorbaar doortikken.
Het schamele eerbetoon van de Gemeente Amsterdam aan een groot chroniqueur
Afhankelijk van mijn stemming of de windrichting kan ik dus kiezen uit drie vestigingen van de Gall & Gall. Deze royale aanwezigheid is verklaarbaar uit het feit dat ik in Oud-Zuid woon. In 1071, om exact te zijn. Een postcode met een bovengemiddelde wijnconsumptie. Althans, dat flapte iemand laatst aan de bar eruit die op het hoofdkantoor van Albert Heijn werkt. (Zoals bekend is de G&G onderdeel van het Ahold-concern.) Hij kon daar, in real time, op computerschermen zien waar de meeste flessen wijn over de toonbank gaan. Ik moest plechtig beloven deze bedrijfsgevoelige informatie voor mij te houden. Gelieve dit dus niet verder rond te bazuinen. Mede door het duivelse systeem van de klantenkaart frequenteer ik met enige regelmaat de filialen. Hoewel elke eerstejaarsstudent economie je kan voorrekenen dat zo’n kaart een schoolvoorbeeld is van verlakkerij blijf ik mijzelf in de maling nemen en laat mij gewillig als “trouwe klant” allerlei aanbiedingen in de maag splitsen. Het personeel ken ik inmiddels goed en bij binnenkomst kan ik rekenen op een hartelijke, bijna joviale ontvangst. Het grappige is dat deze vertrouwde gezichten voortdurend rouleren qua locatie. Drie vestigingen met drie werknemers leveren verrassende combinaties op. Als de “Lange” (ik heb een zwak voor ouderwets hoekige bijnamen) van de van Baerlestraat opeens in de Beethovenstraat staat vind ik dat een interessante wending. Of als “Charlie Whisky” plotseling op het Cornelis Troostplein is ingeroosterd vind ik dat intrigerend. (Zo opwindend is mijn leven geworden.) Dan is er ook nog “Arie Bombarie”. Die kan onverwachts op- en wegduiken in de Bermuda Triangle van deze slijterijen. Om met Arie Bombarie te beginnen: hij heeft goed opgelet bij de wijncursus die kennelijk voorafgaat aan hun aanstelling. Een argeloze klant vóór mij vroeg laatst iets over een fles Argentijnse witte wijn. Wat volgde was niets minder dan een hoorcollege. Na de gebruikelijke inleiding over terroir, hout, zuren en fermentatie ging het al snel over de wijnboer zelf.
‘Vittorio Orlando en zijn familie behoren tot de vierde generatie Italiaanse immigranten die eind negentiende eeuw in hun koffertje een paar wijnranken van de oostflank van de Etna hadden meegesmokkeld en nu in Patagonië daar succesvol de druiven van plukken.’
Patagonië
Kijk, zo pak je de nodige education permanente gewoon mee bij de drankenhandel. Een aantal jaren geleden, toen ik na een zware ballotage tot postcode 1071 was toegelaten, maakte ik de beginnersfout slechts één flesje Médoc op de toonbank te zetten. Daar nam de voor mij toen nog onbekende Arie Bombarie geen genoegen mee. Hij sprak de magische woorden die elke rechtgeaarde Hollander doen capituleren:
‘Ú mag het natuurlijk zeggen, maar u bent nu wel dief van uw eigen portemonnee!’
Dan Charlie Whisky. Zijn accent kan ik niet helemaal detecteren. Iemands herkomst benoemen is tegenwoordig een heikele kwestie, want voor je het weet word je hierover op de vingers getikt. Ik houd het erop dat Charlie een “wereldburger” is, een term die altijd veilig en politiek correct is. Maar ik kan het toch niet laten om in het kader van Verborgen Verleden, het favoriete tv-programma van mijn geliefde, een gokje te wagen. Het is volgens mij bij Charlie, om maar in dranktermen te blijven, een cocktail van Hawaiiaans, Moluks en Malagassisch bloed. (De officiële naam van inwoners van het eiland Madagaskar blijft taalkundig mysterieus maar levert bij Scrabble wel een hoop bonuspunten op. Maar hoe heet dan eigenlijk een inwoner van de stad Malaga? De verwarring is bij mij compleet…)
Maar wat voor roots dan ook, Charlie probeert altijd een fles whisky aan mij te slijten. Dit ondanks het feit dat hij zo langzamerhand moet weten dat ik een rode wijnliefhebber ben. Als ik mijn doosje met zes flessen (want speciale aanbieding) wil afrekenen pakt hij toch demonstratief een fles Glen Talloch uit het schap achter zich en laat mij die triomfantelijk zien.
‘Deze is érg lekker hoor!’
‘Maar Charlie, ik drink nooit whisky!’
Hij denkt even kort na.
‘Maar misschien voor de visite!’
Ja vriend, dacht ik, hoe aardig ik je ook vind, ík ga je niet uitnodigen. De bijna aandoenlijke hardnekkigheid van Charlie uit zich ook in een ander ritueel. Een tijd geleden vroeg hij mij, met een schuin hoofd:
‘U komt mij bekend voor. Bent u niet, eh, hoe heet dat, een Befaamde Nederlander?’
Nu struikel je in Oud-Zuid inderdaad over de BN’ers maar daar hoor ik niet bij. Als ik de sympathieke paparazzo Edwin Smulders tegenkom zeggen wij elkaar vrolijk gedag maar zijn toestel-met-enorme-telelens blijft om zijn schouder hangen.
Toch geeft Charlie niet op. Vorige week flikte hij het weer.
‘Misschien toch nog een flesje Famous Grouse? Levert veel extra punten op hoor!’
‘Nee dank je.’
Weer ging zijn hoofd in een onderzoekende schuine stand.
‘Tóch komt u mij bekend voor.’
‘Dat kan wel kloppen Charlie, ik kom hier, eh, best wel vaak.’
‘Nee, ik bedoel…bent u niet een beroemde rockstar?’
Ik ben voor mindere dingen uitgemaakt, dit is echt hogeschool paaien. Helaas voor hem (en mijzelf) moest ik hem wederom teleurstellen. En dan is er de Lange. Hij doet mij qua body language denken aan John Cleese. Maar waar zijn onsterfelijke personage Basil Fawlty regelmatig door het lint gaat is de Lange bedaard en superklantvriendelijk. Hij zwaait iedereen altijd vrolijk uit met een welgemeend ‘Lekker van genieten!’
Vorige week stapte ik het filiaal Van Baerlestraat binnen en liep recht op mijn doel af. Naar het vertrouwde hoekje Saint-Emilion, Médoc, Graves. Rode Wijn voor Gevorderden. Ik pakte twee flessen want het waren Wilde Wijn Dagen. Bij de Gall & Gall zijn het altijd Wilde Wijn Dagen. Er was een klant voor mij die aan de Lange vroeg:
‘Kunt u ‘m een beetje feestelijk inpakken? Het is voor een jubilaris.’
‘Maar natúúrlijk!’
De Lange dook onder de toonbank en kwam tevoorschijn met een rol paars pakpapier, een schaar, een grote houten klos lintjes in diverse kleuren en een plakbanddispenser formaat olietanker. Hij begon, met veel overgave, de fles Moët & Chandon in te pakken. Er kwamen nu kort na elkaar een stuk of zes mensen de winkel binnen. Het was een uurtje of vier dus in Oud-Zuid was het wijnspitsuur begonnen. De Lange keek even glimlachend op en ging geconcentreerd verder met zijn gefröbel. Sommige klanten hadden, net als ik, snel hun keuze gemaakt en sloten aan om af te rekenen. Anderen hadden goed ingeschat dat het nog wel even kon duren en slenterden langs de schappen. De champagne was nu ingepakt. De Lange pakte de houten klos op, hield deze hoog in de lucht en vroeg:
‘En… wat voor kleur lint wilt u erop?’
‘Euh, tja…’
O jee, dacht ik en nog een paar ongeduldige klanten met mij, een Twijfelaar. Na veel wikken en wegen viel de keuze op lichtblauw. Drie stroken werden, na een hoop geklik van de dispenser, op de verpakking geplakt. Het publiek, inmiddels een man of acht, keek zwijgend toe. Het is zeker niet zo dat de sfeer te snijden was maar het was eerder een collectieve beleving geworden. De hele zaak keek nu ademloos toe hoe de Lange de scherpe kant van de schaar behoedzaam langs de linten haalde en zo prachtige krullen produceerde. Met een tevreden glimlach bekeek hij het kunstwerkje. Toen zei hij:
‘En, wat voor kaart wilt u erbij?’
Om meteen als een volleerde goochelaar, schijnbaar uit het niets, drie soorten kaarten te presenteren. Goudkleurig, zilver en donkerblauw.
‘Tja… euhh?’
Ergens vanachter een paar hoog opgestapelde dozen pinot grigio had iemand besloten deze scène, die inderdaad verdacht veel begon te lijken op een combinatie van Fawlty Towers en Jiskefet, wat meer vaart te geven.
‘Zullen we erover stemmen? Ik ben voor goudkleurig!’
‘Jaaa!’ riep de hele zaak in koor, ‘goudkleurig!’
Toen de klant (na een gevoelstijd van twee á twintig minuten) had afgerekend en met zijn bontgekleurde cadeau naar de uitgang liep kreeg hij nog een welgemeend ‘Lekker van genieten!’ toegewenst.
©2026 Martin Mulder
Met dank aan Emilia van Heuven






Comments
Post a Comment