Elke keer als mijn geliefde en ik langs het prachtige The Dylan Hotel op de Keizersgracht fietsen krijg ik te horen: “Dit héle pand was dus eigendom van mijn overgrootvader. Kijk, je ziet in de gevel nog zijn brievenbus!”
Hoe blij wij ook zijn met ons fijne appartement in Oud-Zuid, bij deze mededeling klinkt er toch altijd een lichte teleurstelling door. De onderliggende kwestie is hier: hoe om te gaan met je familiegeschiedenis? Mijn vrienden weten inmiddels wel iets over mijn eigen jeugd en achtergrond. Maar toch nog even, voor het versche lezertje, een korte inhoud van mijn roots. Hoewel ik terugkijk op een liefdevolle, vrolijke en onbezorgde jeugd in Amsterdam-West was ik toch relatief vroeg mijn moeder, vader en twee broers kwijt. Ik ga nu niet in op de details maar hieraan heb ik (voor zover ik dat zelf kan beoordelen) gelukkig geen grote trauma’s overgehouden. Slechts een lichte melancholie en de bijnaam Remi Martin, vrij naar het zielige jongetje uit het hartverscheurende jeugdboek Alleen op de wereld (Sans Famille) van Hector Malot.
Toen wij thuis nog met z’n vijven waren, was het “gezellig op visite gaan” bij jarige ooms en tantes een verplicht nummer waar we collectief tegenop zagen. Het warme gevoel voor mensen uit de bloedlijn van de Mulders of de familie Heinis (moeders kant) was bij ons nogal afwezig. Hieraan lagen geen ingewikkelde vendetta’s of onuitgesproken incidenten ten grondslag, het was gewoon zo. Mijn Nelleke zit aan het andere eind van het spectrum. Al zo lang ik haar ken is zij bezig met het zeer gedetailleerd uitpluizen van de familiegeschiedenis van zowel haar moeder (Jenny IJska, opgegroeid op Texel) en haar vader Jan van den Bosch (destijds arts te Londen en Amsterdam). Zijn opa en dus de overgrootvader van Nel was J.P. Nord-Thomson (1859-1942).
Een entrepreneur in hart en nieren. De toevoeging “Thomson” had hij bij Koninklijk Besluit erbij gekocht zodat hij nu onlosmakelijk verbonden was met het van origine Britse merk puddingpoeder. Een ingrediënt dat in restaurants en de keukens van de gegoede burgerij veelvuldig werd gebruikt. Zoals bekend kun je met de meest simpele of prozaïsche dingen rijk worden. (Zo ontmoette ik ooit op Curaçao een man die met de productie van ‘kleine kutschroefjes’, zoals hij het zelf grijnzend verwoordde, multimiljonair was geworden. Zijn grijns werd nog groter na de mededeling dat ze hem bij de Quote 500 ‘veel te laag’ hadden ingeschat.) Opi Thomson, zoals hij in de familie bekendstaat, had tevens dankzij zijn netwerk en koopmanschap de prestigieuze officiële titel van consul-generaal van Perzië bemachtigd.
Ook bezat hij een van de eerste enorme automobielen (voor de kenner: een Darracq) van Amsterdam.
Opi Thomson poserend achter het stuur van zijn Darracq. Uiteraard had hij een eigen chauffeur (links op de foto) in dienst.
Na eerst op andere locaties zijn kantoren en fabrieken te hebben gerund werden die uiteindelijk op de Keizersgracht gevestigd.
Het pand Keizersgracht 384 omstreeks 1904, thans locatie van het Dylan Hotel
J.P. Nord-Thomson was een marketeer in hart en nieren. Gedurende zijn hele carrière werd er relatief veel geld en tijd besteed aan reclame. Ook was hij al bezig met iets wat je tegenwoordig product placement zou noemen. Zo kon het gebeuren dat hij zich inkocht in een voorstelling van twee destijds bekende Amsterdamse “karakterkomieken”, het duo Solser & Hesse.
Lang voordat de radio zijn intrede deed (en nog veel later de televisie) was men voor amusement afhankelijk van allerlei optredens, shows en komische toneelstukjes die live werden opgevoerd in honderden zalen, cafés en sociëteiten door het hele land. Uit de goed bewaarde archieven van de familie zijn een aantal strooibiljetten (je zou ze nu flyers noemen) bewaard gebleven waaruit blijkt dat het ook ver buiten de Randstad een dolle boel was. Want Solser & Hesse traden op (en ik doe nu een willekeurige greep) in Café Keijzer te Leimuiden, Sociëteit Eendracht in Gulpen, Hotel De Kroon te Eibergen, Vlijt en Volharding te Roosendaal, Café Bosman in Beilen en Hotel Knaven te Gendringen. (Ik moest, ondanks mijn fabuleuze topografische kennis, even opzoeken waar deze laatste plaats ligt. Diep in het uiterste zuidoosten van Gelderland, tegen de Duitse grens aan.) Als onderdeel van het programma van Solser & Hesse zat een lied met het refrein:
Hoort dames en heere
Kunt u niets verteeren
Probeert Thomson’s poeder dan
Eet daar een pudding van
’t Zal goed voor je wezen
En je zult genezen
Want Thomson’s pudding zijn
Het beste voor groot en klein!
Een regelrechte infomercial (eufemisme voor sluikreclame) zoals dat het in het jargon heet. De vormgeving van de diverse pamfletten verschilt per locatie. Het gehele programma (ook wel “Soirée Amusante et Musicale” genoemd) is globaal overal hetzelfde, maar de dienstmededelingen verschillen. Zo is op de aankondiging te Oldeboorn heel frivool in alle vier hoeken “lachen lachen lachen lachen” gedrukt en in “Zaal G.S.” geldt de belangrijke mededeling “Den dames wordt beleefd verzocht hare hoeden NIET op te houden tijdens de voorstelling”.
Het duo Solser & Hesse werd gedurende de gehele avond ondersteund door mejuffrouw Anna Slauderhof, een “Hollandse Soubrette”. Volgens Wikipedia is een soubrette een “sopraantype die vaak de rol van een ondeugend dienstmeisje speelt”. Fascinerend is de mededeling dat in de Sociëteit Eensgezindheid te Muiden duidelijk op het affiche staat vermeld dat artikelen 17 en 19 van het Reglement moeten worden gerespecteerd.
Mogelijk betreft het hier ver- en geboden die handtastelijkheden in het donker moeten voorkomen. Ook is de prijsstelling te Veghel, “Heer en Dame 1,50. Iedere dame meer 0,50 cent” nogal intrigerend.
Het programma biedt voor elck wat wilsch en bevat komische voordrachten zoals “De Bedelaar”, “De lotgevallen van een zwerver”, “Trouwen tegen wil en dank” en duetten als “Eene wandeling met babij”. Maar steevast, bijna aan het einde van de voorstelling, is daar altijd (met dank aan onze hoofdstedelijke sponsor) de “Thomson’s Koksmarsch”. Het geheel ademt de sfeer die ik mij nog goed kan herinneren uit de shows van Snip & Snap uit de begintijd van de Nederlandse televisie.
Ik heb laatst op YouTube zo’n conference teruggezien. Een bijna adembenemend oubollig optreden dat aantoont dat veel dingen de tand des tijds niet hebben doorstaan. Maar ik ga ervan uit dat in 1902 het publiek in de Nutzaal te Elburg een enerverende avond heeft gehad met het ensemble Solser & Hesse en hun soubrette. Op vele affiches staat de mededeling “Na Afloop Bal”. Ik neem aan dat het uiteindelijk hierom draaide. En dat het te Wieringerwaard op de Kolfbaan van de weduwe J. Boon én in Hotel Knaven te Gendringen nog lang onrustig was.
Ondertussen hebben mijn geliefde en ik, anno 2026, nog steeds niet de moed gehad om te gaan dineren in het Dylan Hotel bij sterrenrestaurant Vinkeles. Om aldaar voor eens en altijd te klinken op het helaas verdampte familiekapitaal van de heer J.P. Nord-Thomson…
©️2026 Martin Mulder
Met dank aan Emilia van Heuven en Nelleke van den Bosch











Comments
Post a Comment